Ali Baba en de 14 boefjes, Elmina en Esi


De dagen in Cape Coast begonnen meestal relatief laat. Dit omdat er tijdens de nachten naar hartelust gefeest en gezopen werd. De eerste avond bestond met name uit het opmaken van de eerdergenoemde Sambuca, waarna de avond werd afgesloten met een kampvuur op het strand, waar de mensen die nog niet in slaap waren gesukkeld vergezeld werden door vreemde negers die wolvengeluiden ten gehore brachten.

Na deze eerste nacht uitslapen kon men kiezen, of 10 minuten lopen voor een goedkoop broodje ei, of een halve minuut lopen voor een duurder, maar lekker ontbijt. De rest van de tweede dag in het Oasis Beach Resort bestond met name uit zonnen, slapen, lezen, zwemmen en shoppen in de gezellige stad. Aan het eind van de dag konden we rekenen op een heerlijk bord patat met kip bij mevrouw Esi, één van de vele Ghanese vriendinnen van Dick. Esi was erg blij om ons te ontvangen, uiteindelijk moest kleine Max zelfs nog helpen in de keuken (lees: een kapotgevallen glas Fanta bij elkaar vegen). De tweede nacht bestond na lang zeuren bij Ali uit wederom een kampvuur en daarbij nachtzwemmen in zee, dit alles stierf een goddeloos einde tegen een uurtje of 3.

De volgende dag was het ondanks de vele brakke en vermoeide koppies al heel vroeg tijd voor een stukje culturele geschiedenis, er stond een bezoek aan Castle St. George in Elmina op het programma. We werden rondgeleid door een zeer praatgrage Ghanees die helaas een te zwaar accent had om enigszins verstaanbaar over te komen. Bovendien liet hij een deel van de groep achter in het souvenirwinkeltje. Terwijl wij het fort goed in ons opnamen en goed bekeken wat onze voorouders daar allemaal geflikt hebben, stond Dick drie kwartier lang in de file. Uiteindelijk had bier hij de bus netjes aan de kant staan en konden we snel instappen, op naar de volgende bestemming. We gingen naar Ko-sa Beach Resort, dat gerund wordt door de Utrechtse Patrick en Nicole. Wij kenden deze mensen via de vader van Caran, die daar zijn huwelijksreis doorbracht. We werden zeer hartelijk ontvangen met twee verrukkelijke tosti’s ham kaas en een bordje patat. Goddelijk eten.

Na Ko-sa gingen we terug naar Cape Coast en weer naar Esi omdat we nog geen bananenpannenkoeken hadden gehad, die hadden we inderdaad niet mogen missen. Van Esi kregen we na de pannenkoeken zangles. Nadat zij ons onvermoeibaar Ghanese liedjes aanleerde, besloten wij haar nog even Doe Maar te laten zingen. Zelden zo’n swingende versie van ’32 Jaar’ gehoord! Een dergelijk cultuurrijk ingevuld dagprogramma werd afgesloten door een tamme avond (op enkele paaldanspogingen van willekeurige personen daargelaten).

Dag 4 in Cape Coast was voor iedereen shopping day en we hebben met z’n allen bij elkaar heel veel souvenirs gehaald. We hebben goede en mooie onderhandelingen gehad en we willen de souvenirs eigenlijk liever zelf houden. Bij de lunch veranderde Dick in cap’n Dick, een wreed tandloos monster, hij had zijn gebit kapotgekauwd op een broodje salami en kaas. Vrijdagavond is de uitgaansavond in Cape Coast dus het was ook voor ons tot in de vroege uurtjes feest. We moesten wachten tot half 5 voor het kampvuur eindelijk aan ging, en het werd half 6 toen we in bed landden.

Vanmorgen was het dus voor de mensen die het daadwerkelijk half 6 hadden gemaakt ook een dag met de loomheid die past bij het Ghanese klimaat. Gelukkig had Ali het 7 uur gemaakt en heeft hij ons dus mooi laten wachten bij het weggaan. We hadden nog even tijd om te relaxen, waarna we met een trotro busje wegreden naar Accra, dit was een lange lange rit omdat we ook nog eens verdwaalden. Gelukkig wezen vele Ghanegers, waaronder Morgan Freeman, ons de weg. Uiteindelijk zijn we aangekomen in hotel Expo ’67, het hotel waar we deze geweldige reis ook zijn begonnen.

Tomorrow we’ll fly away…

 

Max, Max en Marlou